Het Bätzorgel

In 1964 werd op initiatief van Jan Jongepier door de Hervormde Gemeente te Purmerend een historisch éénklaviers orgel aangekocht en in De Nicolaaskerk (toen Grote Kerk geheten) geplaatst. Jongepier was toen organist van het Garrels-orgel in deze kerk en hij ontdekte het instrument in een kerk in Heemstede. Onlangs werd dit, inmiddels gerestaureerde, kleine instrument wederom in deze (nu Rooms-katholieke) kerk geplaatst. Het is een orgel met een zeer levendige geschiedenis; het heeft heel wat afgereisd: 

 
1777 gebouwd door Gideon Thomas Bätz als huisorgel voor J.H. Tissel te Amsterdam. 
1816 Evangelisch Lutherse Kerk te Beverwijk. 
1875 Hervormde Kerk te Wijk aan Zee. 
1905 Gereformeerde Kerk te Medemblik 1939 Gereformeerde hulpkerk te Heemstede.
1957 Gereformeerde Pinksterkerk te Heemstede. 
1964 Grote Kerk te Purmerend (als koororgel, geplaatst in de noord-oost kapel).
1978 Raadzaal van het v.m. stadhuis aan de Kaasmarkt te Purmerend (na restauratie).
2003 Herplaatst als koororgel in de Nicolaaskerk te Purmerend. 

Bätz gebruikte bij de bouw een belangrijke hoeveelheid pijpwerk uit de eerste helft van de 17e eeuw.Het orgel is uiterlijk en innerlijk in de loop der eeuwen niet ontkomen aan bepaalde ingrepen en aanpassingen. Dit alles werd bij de restauratie van 1978 (uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw) hersteld. De kas werd in de oorspronkelijke kleurstelling gebracht: een imitatie van wortelnotenfineer. Het eigenlijke instrument (windlade en pijpwerk) is overigens hoegenaamd ongeschonden gebleven. Het orgel heeft een transponeerinrichting, waardoor het ook op een halve toon lager dan normaal gebruikt kan worden.
In 2015 werd de kas van het orgel geheel opgeknapt door het gespecialiseerde schildersbedrijf Slegt uit Edam.

Dispositie na restauratie 1978

Prestant 8' disc.                  manuaalomvang: C-f3
Holpijp 8'                           pedaal: C-f, aangeh.
Prestant 4' bas/disc.
Fluyt 4'
Quint 3'
Octaaf 2'
Terts 1 3/5' disc.